Ook Europa kan technologische valleys maken

20 december 2013

Economische pijler: Fabriek van de toekomst

Acquia is een goed voorbeeld van het ecosysteem waarop je in de VS kan terugvallen als starter. Het geeft je behalve toegang tot kapitaal ook heel veel managementexpertise. Dries Buytaert, de CEO van Acquia, sloeg  spijkers met koppen in zijn opiniestuk in De Tijd over de hinderpalen voor innovatieve bedrijven in Europa. Ik ben niet pessimistisch, wel realistisch. Silicon Valley zullen we nooit recreeren, maar ook hier zijn mooie technologieclusters mogelijk. Dat schrijft Wim De Waele, CEO van iMinds, het Vlaamse onderzoeksinstituut voor de ICT-sector. Hij is tevens de inspirator van Volta Ventures, het onlangs opgerichte fonds voor technologiestart-ups.

 

"De opinie van Buytaert deed me terugdenken aan een voorval dat me in de jaren 90 overkwam. Ik had toen een groter technologiebedrijf verlaten om bij een Belgische starter te werken. Na zes maanden hard labeur had ik mijn eerste grote opdracht binnen bij een productievestiging van een groot Amerikaans bedrijf in de Antwerpse haven, voor de prinselijke som van omgerekend 50.000 euro. Toen ik dat apetrots meldde aan een Amerikaanse ex-collega die voor een gelijkaardig bedrijf was beginnen te werken aan de andere kant van de oceaan, meldde hij me droogweg dat dat bedrijf net een globaal contract met dezelfde multinational had gesloten voor 5 miljoen dollar. Het drukte me met mijn neus op de feiten: de grootte van de markt is doorslaggevend voor de kans van een bedrijf om zich te financieren en uit te groeien tot een grote speler. Het Belgische bedrijf, dat sterk ondergekapitaliseerd was, werd uiteindelijk overgenomen door een Duitse speler voor een symbolisch bedrag.

Naar de VS

Ik koos eieren voor mijn geld en ging voor de Amerikaanse concurrentie werken. Die werd enkele jaren later op de beurs geintroduceerd. Ik verhuisde net zoals Dries naar de VS en leerde er de Amerikaanse technologiesector van binnenuit kennen. Nu ben ik al een hele tijd terug in Vlaanderen en werk ik voor iMinds, dat als doelstelling heeft IT-bedrijven in Vlaanderen succesvol te maken. Logisch dus dat ik me aangesproken voel door de mening van Dries, die een fantastisch verhaal aan het schrijven is met Acquia. Ik heb ook met veel interesse de discussie gevolgd in De Tijd over al dan niet naar de VS trekken als technologieondernemer. Ik ga in op de drie aanbevelingen die Dries meegeeft in zijn opiniestuk en wat wij , als instrument van het Vlaamse beleid, proberen te verhelpen.

Going Global

Het klopt dat Europa niet genoeg grote bedrijven voortbrengt en dat te weinig bedrijven doorgroeien vanuit de talrijke incubatoren die overal zijn ontstaan. Dat heeft alles te maken met de versplinterde Europese markt en het gebrek aan risicokapitaalfondsen die grote opeenvolgende kapitaalinjecties kunnen doen in groeibedrijven. Om Europese succesverhalen te schrijven, moeten we resoluut kiezen voor de globale markt. We mogen er niet voor terugdeinzen om indien nodig verkoop- en marketingactiviteiten te verhuizen naar andere grotere markten zoals het VK en de VS. Vandaar ons 'Going Global'-programma, dat bedrijven van meet af aan katapulteert in de globale economie. Ook hebben we behoefte aan 'smart money' dat starters begeleidt in hun groeiproces en de link kan leggen naar vervolgfinanciering, die in vele gevallen vanuit het buitenland zal moeten komen. Een initiatief zoals het Volta-fonds dat een paar weken geleden in De Tijd werd toegelicht, past in die filosofie. De overheid kan daar maar een beperkte rol spelen, want het is weinig waarschijnlijk dat zij de winnaars kan kiezen in snel bewegende markten als de IT-sector. Trackrecord De complexiteit van Europa en de regelgeving in de verschillende landen zijn zeker belemmerend en het klopt dat bijvoorbeeld op Europees niveau de initiatieven van instanties die innovatie stimuleren geboycot worden door de overregulatie die andere instanties weer invoeren.

Geen Apples of Googles

Toch lijkt dat me niet de grootste uitdaging te zijn. Het ecosysteem waar je in de Verenigde Staten kan op terugvallen als starter geeft je niet enkel toegang tot kapitaal, maar ook heel veel managementexpertise. Acquia is zelf een goed voorbeeld: de briljante technoloog Dries Buytaert laat zich daar bijstaan door een ervaren CEO, Tom Erickson, die een trackrecord en het bijbehorende netwerk heeft in de industrie. Dezelfde rol die Eric Schmidt voor Google speelde. Dat moet in Europa ook kunnen, en we moeten het voor dat soort mensen aantrekkelijker maken om het risico van een start-up te willen nemen. Dat vergt niet alleen ingrepen van de overheid bij de regelgeving, maar ook investeerders die bereid zijn het management en de stichters mee de vruchten te laten plukken van het succes. Ons netwerk van 'entrepreneurs in residence' is daarop gericht. Rolmodellen Er is nog de cultuur van succes. In onze incubatiewerking - die in de Vlaamse context wel door de overheid wordt gefinancierd, want er zijn nu eenmaal te weinig business angels - zie ik elke dag het potentieel van Vlaamse ondernemers. Daarom is het belangrijk de goede voorbeelden (Option, LMS, Clear2Pay, Tele Atlas) te benadrukken. Geen Apples of Googles, maar wel mooie bedrijven die internationaal leider waren of zijn in hun niche en veel toegevoegde waarde en tewerkstelling gecreeerd hebben. Op basis van mijn ervaringen de jongste tien jaar ben ik realistisch, niet pessimistisch. We zullen nooit Silicon Valley recreeren, maar dat we mooie technologische clusters ook in Europa kunnen vormgeven staat voor mij vast. Niet enkel in IT overigens. Wat bijvoorbeeld het Vlaams Instituut voor Biotechnologie voor die sector deed, illustreert dat het kan lukken.

 

Bron: Mediafin